Bijna alle kinderen in Nederland gaan naar school. Daarmee is de school, met het schoolplein, een vertrouwde plek voor kinderen waar zij dagelijks zijn en waar zij zich ontwikkelen tot zelfstandige personen. Maar wie investeert er werkelijk in de toekomst van kinderen?
– Deze column van voorzitter Michiel van Campen is geplaatst in nummer 3 (2023) van het magazine BuitenSpelen. –
Het schoolplein is de omgeving waar kinderen zich ontwikkelen; de basis voor maatschappelijke kaders en voor een gezonde levensstijl. Het is dus verbazingwekkend hoe weinig zorg, aandacht en geld hiervoor wordt gereserveerd. Iedereen lijkt zijn handen af te houden van het schoolplein. Het ontbreken van wettelijke kaders voor de grootte en de invulling van de buitenruimte bij onderwijshuisvesting is een grote zorg. Ook budget ontbreekt. Richtlijnen zijn er wel.
Tot op heden wordt veelal vastgehouden aan de Modelverordening uit de jaren ’80. In die tijd was een school met 300 kinderen héél groot. Inmiddels is 300 kinderen gemiddeld en komen basisscholen van 500-600 kinderen steeds vaker voor. Met die Modelverordening mag ook een school van 600 kinderen volstaan met 600 m2 buitenruimte. Daar is de term “intensieve kinderhouderij” op zijn plaats.
Sinds 2021 is er een kwaliteitshandboek voor onderwijshuisvesting (Ruimte OK) waarin een buitenruimte van 5 m2 als kader wordt omschreven, die deels onverhard moet zijn. Fijn dat het aanstuurt op een grotere ruimtereservering. Alleen de invulling is helaas niet vastgelegd. Daarmee bestaat de kans dat alsnog grote tegelpleinen worden aangelegd. En dat onverharde delen lekker goedkoop met gras worden ingezaaid, terwijl dit niet levensvatbaar is in een omgeving waar dagelijks zoveel kinderen buiten spelen. Speel- en onderwijswaarden zijn nog niet in de kaders ingebed. Voor de buitenruimte is er geen waarborg voor kwaliteit!
Ook de in ‘Normbedragen voor onderwijshuisvesting’ is de buitenruimte niet opgenomen. Terwijl deze vandaag de dag meer en meer structureel onderdeel wordt van het onderwijsprogramma. Neem de groei in bewegend leren, spelend leren en de verdubbeling van het aantal uren bewegingsonderwijs. Scholen in het primair onderwijs hebben vanaf schooljaar 2023-2024 de wettelijke verplichting tenminste twee lesuren per week bewegingsonderwijs aan hun leerlingen te geven door bevoegde leraren. Het aantal gym- en sportzalen is daarvoor niet toereikend, waardoor een groot deel van deze lesuren in de buitenlucht wordt ingevuld. Op het schoolplein, het nabijgelegen grasveld en hier en daar bij een sportvereniging. Heel goed! Maar de overheid stelt hier geen geld voor beschikbaar. Voor de (her)inrichting van schoolpleinen moeten onderwijsorganisaties op zoek naar subsidies, fondsen en sponsoring. Voor een basisvoorziening!
Kinderen leren binnen, ontwikkelen zich buiten. Spelen heeft een grote bijdrage in de ontwikkeling van een kind. Spelen draagt bij aan het gezond opgroeien, aan sociale vaardigheden. Aan de ontwikkeling van ruimtelijk inzicht, alsook aan motorische vaardigheden. Kinderen die veel buiten spelen, hebben een kleinere kans later brildragend te worden. Jong geleerd is oud gedaan. Daarom heeft het schoolplein een grote maatschappelijke bijdrage in gezondheid en preventie.
Mijn vraag is dan ook wanneer de politiek wakker wordt en durft te investeren in de toekomst van onze kinderen en toekomstige kinderen. Een mooie kans voor de politiek en de aanstaande Tweede Kamerverkiezingen.