Spelendkind klein

Bedrijven kunnen grotere rol pakken bij bewonersparticipatie speelplekken

Posted on Posted in Nieuws

Uit het onderzoek ‘Burgerparticipatie bij beheer en onderhoud van speelplekken in de openbare ruimte’ blijkt dat bedrijven vaker een kennispartner en adviseur bij bewonersparticipatie kunnen zijn. Rosemarie Rienstra, Hogeschool Inholland, onderzocht namens de Branchevereniging Spelen en Bewegen casussen bij gemeenten en presenteerde deze resultaten op 23 augustus. Op de komende ALV op 16 november zal zij de resultaten met de leden delen.

Gemeenten betrekken steeds vaker bewoners om speelplekken te beheren. Bedrijven kunnen voorzien in de behoefte aan kennis van bewoners door hen te adviseren over beheer en onderhoud van speeltoestellen. Ook kunnen ze een controlerende rol vervullen door het uitvoeren van inspecties aan speeltoestellen. Bij het afstudeeronderzoek zijn zes casussen van drie gemeenten gebruikt waar bewoners speelplekken beheren en onderhouden; Geldermalsen, Ommen en Buren. Vanuit de Hogeschool Inholland is onderzoek gedaan naar de rolverdeling tussen bewoners, gemeenten en bedrijven bij die speelplekken. Aan de hand van zes bewonersgroepen is gekeken wat de huidige rol is van bewoners, bedrijven en gemeente en hoe die kan zijn. Daaruit kwam helder naar voren dat bedrijven vaker een kennispartner en adviseur bij bewonersparticipatie kunnen zijn. Zo kunnen zij bewoners helpen door de wet- en regelgeving aan de hand van de praktijk toe te lichten. Ook de jaarlijkse hoofdinspectie door een bedrijf geeft bewoners zekerheid over hun activiteiten en de veiligheid van de speelplek.

Bewonersparticipatie werkt
Anne Koning, voorzitter van de Branchevereniging Spelen en Bewegen, is blij met de uitkomsten van het onderzoek: “Dit laat zien dat bewonersparticipatie werkt als de rollen tussen alle betrokken partijen goed worden verdeeld. Kinderen kunnen in hun buurt terecht op leuke speelplekken als bewoners, bedrijven en gemeente daarbij samenwerken. Veel van onze leden begeleiden burgerparticipatietrajecten, en dragen zo bij aan betaalbare en veilige speelplekken die de hele buurt omarmt.”

Participatie vooral in dorpse omgeving
Opvallend is dat de zes onderzochte casussen allemaal spelen in kleinstedelijke gemeenten, met minder dan 100.000 inwoners. Ondanks diverse pogingen is voor het onderzoek geen stedelijke gemeente gevonden waarbij de speeltoestellen worden beheerd en onderhouden door bewoners. Soms zijn er daar wel afspraken met bewoners over het meedoen aan het groenonderhoud, terwijl in de drie casussen in dit onderzoek het groenonderhoud juist door de gemeenten werd gedaan. Dat verschil tussen meer dorpse gemeenschappen en de stedelijke gemeenschappen zou verder onderzocht kunnen worden. Op die manier kan er gerichter op de specifieke situatie ingespeeld worden.